Kathedrale Koor Utrecht

Een stukje geschiedenis

St. Gregorius Magnus Toen in 1869 het Zangkoor St. Gregorius Magnus werd opgericht, was dit alleen een herenkoor. De muziek die werd uitgevoerd was de mannenmis met orgelbegeleiding. In 1878 werd kapelaan C.F. le Blanc tot dirigent benoemd. Deze nam het initiatief tot het oprichten van een knapenkoor (vrouwen was het destijds niet toegestaan in de kerk te zingen), waardoor het vanaf dat moment mogelijk werd de muziek van componisten als Palestrina vierstemmig ten gehore te brengen. Er werd iedere ochtend gerepeteerd. Met Pasen 1879 werd voor het eest een vierstemmige a-cappella mis van Palestrina gezongen.

Na le Blanc kwam het koor onder leiding van kapelaan Eppink te staan, die meer aandacht besteedde aan de educatieve aspecten van het zingen en daarover ook een aantal boekjes schreef.
De volgende dirigent was J. Winnubst, onder wiens leiding de bijzonder moeilijke, achtstemmige Mis in G van Vaughan Williams werd uitgevoerd. Het knapenkoor moest hiervoor in vier groepen worden uitgesplitst, wat met een aantal van 60 jongens geen problemen schijnt te hebben opgeleverd.
In de jaren dertig stond het koor eerst korte tijd onder leiding van H. Andriessen, die echter de leiding over het koor al snel uit handen gaf aan S. v.d. Eerden.

Kathedrale Koorschool UtrechtOok S. v.d. Eerden vertrok in 1950 na onenigheid over diens pedagogische aanpak. Zijn opvolger H. Zomerdijk moest het koor ten gevolge van de strubbelingen helemaal opnieuw opzetten. Toch lukte het met verloop van tijd het koor weer op niveau te krijgen.

In 1954 werd de leiding overgenomen door kapelaan Voncken. Hij was tevens de directeur van de Katholieke Muziekschool (KMS) en zag de beide functies als een goede gelegenheid om de school en het jongenskoor meer met elkaar te laten samenwerken. Jonge dirigenten die aan KMS werden opgeleid konden voor het koor oefenen.
In 1959 werd de Koorschool opgericht, een droom van Voncken. Hiermee wilde Voncken het jongenskoor vormen tot een intensief geschoold koor bovendien konden leerlingen van de KMS nu ook stagelopen aan de Koorschool bij de muzieklessen.
In 1963 vertrok Voncken en deze werd opgevolgd door J. Michielse. De band met het NIKK werd minder. Er traden wervingsproblemen op voor de koorschool door leegloop van de binnenstad. Ook het feit dat de eerste twee klassen op de Koorschool ontbraken was niet goed voor de concurrentiepositie. In 1968 werden voor het eerst meisjes toegelaten, waardoor het tekort werd teruggedrongen.
Ook het herenkoor vergrijsde echter. Dit kwam doordat de jongens die in de stembreuk kwamen, niet konden worden vastgehouden. J. Jansen, die in 1972 aantrad, lukte dit wel. Hij kon goed opschieten met de jongeren en de heren, maar kon niet overweg met de kinderen. Hij vertrok weer in 1973.

Kathedrale Koor Utrecht o.l.v. Hans de GildeIn 1973 werd het koor overgenomen door Frans Wolfkamp. Wegens onvrede over de vernieuwing van het repertoire (meer Nederlandstalige muziek) en liturgie ontstond er een breuk tussen de mannen en het kinderkoor. Er waren eerst plannen alleen door te gaan met het kinderkoor. De jonge mannen, nog bijeen gehaald door Jansen, namen echter de plaats in van de mannen van Gregorius Magnus. In 1974 ging het koor dan ook verder onder haar huidige naam: Kathedrale Koor Utrecht.
In 1980 werden de banden met het NIKK verbroken. De ochtendrepetities konden niet langer door stagiaires worden gedaan en Hans de Gilde (zelf oud-leerling van de Koorschool en het NIKK), werd aangesteld als vakdocent op de Koorschool. In 1982 nam hij ook de functie van dirigent over van Frans Wolfkamp. De Gilde ontwikkelde een sterke band met het koor en het niveau bleef stijgen.

Met de komst van Gerard Beemster in 1989 is het kinderkoor op een vast hoog niveau gekomen. Met hem kwamen ook nieuwe Engelse stukken, naast Latijnse motetten, missen en Nederlandstalige kerkmuziek op het repertoire te staan. Sinds het seizoen 1998-1999 bestaat er een nieuwe loot aan de KKU-stam: de Cappella Catharina. Aangezien het koor te groot werd, is besloten de meisjes vanaf 15 jaar naar deze afdeling van het KKU te laten doorstromen. Het is al vanaf het begin een waardevolle aanvulling gebleken van de artistieke mogelijkheden van het koor. Zo kunnen nu bijvoorbeeld met groter gemak tweekorige composities worden gezongen. De Cappella Catharina behaalde bovendien in 1999 een eerste prijs 'met lof der jury' op het Nationaal Korenfestival in Rotterdam.

Van september 2006 tot en met juli 2009 heeft het koor een meerjaren project uitgevoerd. In deze periode is Marion Bluthard als tweede dirigent aan het koor verbonden geweest is. Onder haar leiding heeft het koor diverse prijzen behaald waaronder in 2006 de hoofdprijs in de Van Baaren Stichting kerkkorenconcours en in 2008 een derde prijs op het prestigieuze
internationale kerkkorenconcours van Picardie in Frankrijk. De uitvoering van de Veertien Stonden van Hendrik Andriessen met strijkorkest in 2009 was een hoogtepunt van het project en deze uitvoering is op cd verschenen. In november 2009 is de kerstcd Lux Aurumque van het KKU gepresenteerd. Bij deze productie werd Marion in de muzikale leiding ondersteund door Wouter Verhage.

Meer informatie over Koor, kinderkoorzang en orgel vindt u in 'Kinderkoor en Kerkmuziek, tussen Pop en Palestrina', waaraan ook deze tekst voor een groot deel ontleend is. Deze publicatie verscheen in 1994 in eigen beheer ter gelegenheid van 125 jaar kerkmuziek in de kathedraal en 20 jaar KKU.